Huisje van toen

Honderdzestig jaar geleden had de Zuiderzee nog vrij spel in de Noord-Hollandse polder. Pas halverwege de negentiende eeuw startte de inpoldering. Dijken werden grotendeels met de hand gebouwd door polderjongens die van klus naar klus trokken. De nieuwe polder die ontstond, werd genoemd naar de vrouw van de toenmalige koning Willem II, koningin Anna Paulowna. In de zomer van 1846 waren de dijken rond de polder gereed en werden er tussen West Einde en Driebruggen 34 arbeidershuisjes gebouwd. Omdat de eerste bewoners van deze huisjes uit Gelderland kwamen, werd dit gebied de Gelderse buurt genoemd.

Zware tijden

Het was geen gemakkelijke tijd voor de eerste bewoners. De polder was grotendeels nog een kale vlakte, die door de zilte bodem weinig begroeiing kende. Veel bewoners waren teleurgesteld over hun nieuwe leven op de zandvlakte. Zeven gezinnen vertrokken nog voor het eind van het jaar, de andere gezinnen wilden hen achterna gaan, maar hadden geen geld voor de terugtocht.

Ontdekking schapenteelt

Vooral de winter die hierop volgde, was zwaar. De bewoners woonden geïsoleerd en konden hun huur niet betalen. Ze leefden van de magere teelt van aardappelen, haver, gerst en rogge. Pas toen ze de schapenteelt ontdekten, werden de leefomstandigheden iets beter. Schapen waren namelijk dol op de zeeplanten die hier groeiden. Pas rond 1910 stapten de boeren over op de bloembollenteelt en braken er betere tijden aan.

Terug naar toen

In 2002 werd er Stichting Ons Erfgoed opgericht die het laatste Gelderse huisje een mooie plek in de polder wilde geven. Het huisje is te bewonderen op Landgoed Hoenderdaell en neemt bezoekers mee terug naar de tijd van toen.